Wat leuk, je bent begonnen met leren haken! Je hebt wat basissteken geleerd en je wilt nu graag beginnen met een projectje. Graag geef ik je wat tips waar je op moet letten, voordat je een project start.

Patroon

Waarschijnlijk heb je in gedachten wat je wilt maken: een knuffeltje, sleutelhanger, sjaal… Maar als je net begint met haken moet je echt met een klein projectje beginnen. Onderzetters, sleutelhangertjes, boekenleggers, mandjes – dit zijn leuke projecten om mee te beginnen. Beginnen met iets kleins helpt om sneller succeservaring te krijgen, helpt je om het haken sneller onder de knie te krijgen en je werk netter te maken. Het is normaal dat je aan het begin nog niet consequent haakt. Maar gedurende het vele oefenen zul je merken dat je werkjes steeds netter worden.
Als je net begint wil je niet met ingewikkelde steken beginnen. Begin met de basissteken. Bij een patroon staat meestal aangegeven hoeveel ervaring je nodig hebt en welke steken je gebruikt in het patroon.

Garen

Dunner garen geeft een fijner effect maar je werkje wordt dan ook kleiner. Dit is smaakgebonden. De een haakt het liefst met dun garen, de ander juist met dik garen. Een mooie middenmaat is haaknaald 4. Maar probeer lekker uit wat bij jou het beste past.  Kijk goed welk garen wordt aanbevolen in het patroon. Hier wordt meestal een garendikte genoemd, bijvoorbeeld: Fingering / Sock (fijn, haaknaald 2,5-3,5), Sport (licht midden, haaknaald 3-3,5), DK (middeldik, haaknaald 3,5-4,5), Worsted (stevig, haaknaald 4,5-5,5), Aran (dik, 5-6). Deze termen kun je terugvinden op de wikkel van je bolletje. Soms wordt, i.p.v. een naam van de garendikte, een bolletje afgebeeld met een cijfer erin. Dit geeft aan welke garendikte het is. Eventjes googlen en je weet welke dikte het is!
Kies als je net begint met haken voor garen dat niet snel splijt, dit voorkomt een hoop frustratie!

Haaknaald

Op de wikkel van de bol staat een brei- en/of haaknaald afgebeeld. Hierbij staan cijfers. Deze cijfers geven aan welke haaknaald geadviseerd wordt bij dit garen. Haak je vrij strak, dan kan je een grotere haaknaald pakken. Ook het soort werkje dat je wilt kan bepalend zijn voor de haaknaald. Een knuffeltje wil je strak gehaakt hebben, anders krijg je gaten en zie je de vulling. Pak hiervoor de kleinste haaknaald of zelfs een kleinere haaknaald dan geadviseerd. Maar een sjaal wil je niet zo strak gehaakt hebben. Je wilt dat deze soepel valt. Pak hiervoor juist een grotere haaknaald.

Proeflapje

Ga je starten met een project dat passend moet zijn, zoals een muts of kledingstuk? Dan is een proeflapje echt een must. In het patroon wordt aangegeven hoeveel toeren en hoeveel steken je moet maken voor een aangegeven formaat. Maak enkele toeren en steken extra, zodat je in het midden kunt meten. Pas de haaknaald indien nodig aan. Is je proeflapje te klein (of heb je meer steken nodig voor het aangegeven formaat), pak dan een grotere haaknaald. Is je proeflapje juist te groot (of heb je minder steken nodig voor het aangegeven formaat), neem dan een kleinere haaknaald. Maak je geen proeflapje, dan is de kans aanwezig dat je project straks te klein of te groot uitvalt. Het maken van een proeflapje kan je ook helpen om vertrouwd te raken met het garen. Het ene garen heeft namelijk veel meer rek dan het andere.

Veel plezier met je nieuwe project en geniet van het proces!


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *